Rond 1983 nam mijn muziekleven, en daarmee misschien wel mijn hele leven, een belangrijke wending. Tot die tijd luisterde ik heel veel naar de top 40 en (uiteraard) naar de avondspits met Frits Spits. Toppop was (gelukkig) vervangen door Countdown met Adam Curry. Ik was al een tijdje eerder overgestapt van Abba op Herman Brood en had het schitterende debuutalbum van Nina Hagen al ontdekt en grijsgedraaid. U2 was bezig een van mijn favoriete bands te worden, dankzij de re-release van de liveversie van "I will follow" en het niet-aflatende enthousiasme van mijn vriendin Annemarie, en misschien ook wel een beetje omdat ik heftig verliefd was op Henkie W, alias Bono ;-) En via Ina had ik bands als The Cure, Duran Duran, Simple Minds, Depeche Mode en The Sound (beter) leren kennen. Het zal ook rond die tijd zijn geweest dat ik welbewust besloot om alleen nog zwart met wit te dragen, wat uiteindelijk uitmondde in mijn nog altijd voortdurende voorliefde voor zwarte kleren. (Toegegeven, daar zullen ook The Cure, Siouxsie, The Sisters of Mercy en consorten een beetje debet aan zijn geweest ;-).
Natuurlijk was de new wave enorm in opkomst, zodat na de persiode van pop, disco, soul en funk eindelijk "echte" muziek in de top 40 stond ;-) Elke avond luisterde ik naar Frits Spits en tapete m'n favoriete nummers op cassettebandjes. En toen hoorde ik op een avond (het zal begin 1983 zijn geweest) het nummer "The Cutter" van Echo and the Bunnymen. Ik had er al iets over gelezen en het sloeg in als een bom. Wat een schitterend, bedwelmend en intrigerend nummer! Van begin tot eind liet het me niet meer los. Ik was meteen verkocht. Op Allmusic.com staat een prachtige beschrijving van het nummer waarin mijn gevoel van toen wellicht beter onder woorden wordt gebracht.
Het nummer is in Nederland nooit een hit geweest, maar het deed me wel des te meer beseffen dat er een leven is naast de top 40 en de mainstream-muziek. Vanaf die tijd stortte ik me meer en meer op de new wave. Mijn liefde werd nog verder aangewakkerd door mijn verhuizing naar Nijmegen in augustus 1983 om Frans te gaan studeren (nu dus precies 25 jaar geleden). In Nijmegen ging een wereld van alternatieve muziek voor me open, die gelukkig nooit echt meer is dichtgegaan (met uitzondering van de voor mij donkere beginjaren 90 toen ik weinig lichtpuntjes in de muziek kon ontdekken, hoewel die er achteraf toch wel bleken te zijn geweest).
Om terug te komen op Echo and the Bunnymen. In 1985 gaven ze een optreden op de derde en laatste versie van Pandora's Music Box (de voorloper van Lowlands). Ik had telefonisch een kaartje voor die avond besteld via een ticketbureautje in Nijmegen (vlak bij de Grut op de Daalseweg). Toen ik daar echter naartoe was gefietst, bleek dat ik een dag te laat was met ophalen. Ze hadden m'n kaartje al aan iemand anders verkocht. Ik enorm balen en zeer verdrietig....
Twee jaar later kreeg ik gelukkig een nieuwe kans. In 1987 traden ze op Pinkpop op, op de enige versie die ooit in Baarlo (bij Venlo) plaatsvond. Andere artiesten dat jaar waren Hüsker Dü (erg goed), Lou Reed (niet zo best), Chris Isaak en Iggy Pop (kan ik me beide niet veel meer van herinneren). Tot mijn grote schaamte moet ik bekennen dat ik me ook weinig meer van het concert van Echo kan herinneren. Ik was zelfs vergeten dat ik ze daar had gezien (shame on me). De oorzaak zal wel de alsmaar stromende regen zijn geweest, waardoor ik met Erik tussen de concerten door telkens naar zijn ouders in Venlo reed om op te drogen ;-)
Vanavond kreeg ik echter een nieuwe kans om terug in de tijd te gaan. Ditmaal traden ze op in Tivoli, Utrecht, op de "legacy-avond" voorafgaand aan het gothicfestival Summer Darkness. Vergezeld van Bart, Paul en Anja stond ik op tien meter afstand oog in oog met Ian McCulloch, ware het niet dat hij een inktzwarte zonnebril droeg en voortdurend van achteren werd beschenen door de spots, zodat vooral zijn contouren zichtbaar waren... Zijn net-uit-bed-kapsel was nog altijd hetzelfde, maar de rest ging schuil onder een lange, zwarte en ongetwijfeld zeer warme jas die de hele avond niet uitging. Van het eerste nummer Rescue tot het laatste Lips like sugar (volgens mij hun nieuwe single) was hij zeer goed bij stem, ondanks het bier en de sigaret die hij doodgemoederd op het podium stond te roken (zoals het hoort). Het klonk alsof het 25 jaar geleden was, hoewel van de oude bezetting alleen de nogal verkreukeld en verlopen ogende Will Sergeant over was. Verder kwamen onder andere The Cutter (jippieeee), The Killing Moon, Seven Seas, Show of Strength, Bring on the dancing horses en Never Stop, en nieuwer werk als Stormy Weather voorbij. Het Liverpudlian gemompel tussendoor was ongetwijfeld aardig en soms zelfs komisch bedoeld, maar niet te verstaan. En ik ben het met de onderstaande recensenten eens dat de covers van People are Strange van de Doors (ondanks de toepasselijke toelichting) en Walk on the Wild Side van Lou Reed van mij vervangen hadden mogen worden door bv. Ocean Rain (node gemist), Over the Wall of All my colours.
Meer recensies vind je op 3voor12, Kindamuzik, OOR en in de Volkskrantblog van Gijsbert Kamer. Helaas had ik m'n camera niet bij me (hoewel dat achteraf gezien best had gekund) dus in afwachting van de foto's van Paul, hierbij een impressie (copyright Peter Hagemen, Kindamuzik).

Laatste reacties